Glenn en Uti

29  Terugkijkend

Even een python een kusje geven. Even een python een kusje geven.
Kort samengevat mag ik toch wel zeggen, dat ik nu van een welverdiende oude dag mag genieten met een redelijk pensioen. Welverdiend, mag ik zeker zeggen, want in totaal heb ik 44 jaar gewerkt waarvan de eerste 10 jaar onder de meest moeilijke omstandigheden, omdat, door de aard van de werkzaamheden, zon- en feestdagen op mij niet of zelden van toepassing waren.

Als ik zo terugblik naar wat ik beleefd heb vanaf mijn prille jeugdjaren tot op heden, dan kijk ik daarop zowel met gemengde gevoelens als - uiteindelijk toch - tevredenheid terug. De meest schokkende gebeurtenissen die ik tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog heb meegemaakt, heb ik een plaats weten te geven in mijn herinnering en ik heb er gelukkig geen nachtmerries aan overgehouden.

Onafhankelijkheidsstrijd

Zo ging ik in die roerige dagen kort na de oorlog nogal eens met Indonesische vrienden mee naar hun woning, diep in de kampong op Tanah Tinggi. Als je daar alleen kwam als Indische Nederlander, liep je het risico te worden vermoord bij een eventuele confrontatie met moordlustige vrijheidsgroeperingen. Vele malen heb ik dit onbewust gedaan, maar ik heb tweemaal de pech gehad door zo’n bende te worden aangehouden en stond er reeds een man gereed om mij met zijn kapmes een kop kleiner te maken. Beide keren kwam er onverwachts een voor mij totaal onbekende Indonesische vrouw, die mij daar vaker met Indonesische vrienden langs had zien lopen, uit haar kamponghuisje aanrennen. Aan de bendeleider vertelde ze, dat ik OK was en tot de vriendenkring in die kampongbuurt hoorde.

Een andere keer was ik op bezoek bij een Indonesische kennis, toen die buurt door moordbendes, gewapend met een kapmes en bambu runcing (een bamboestok met aangescherpte punt), werd doorzocht op zoek naar Nederlanders. Dat ze me te pakken zouden krijgen was zeker en dus besloot ik een spelletje poker te spelen! Met mijn fiets aan de hand liep ik naar ze toe en vroeg waar ze eigenlijk naar op zoek waren. Toen ze mij ervan verdachten een Nederlander te zijn riep ik ze hevig verontwaardigd en in onvervalst Jakartaans dialect toe, hoe ze daar nu bij kwamen en gelukkig geloofden ze me ook nog. Omdat het volgende adres waar ik naar toe zou gaan dat van mijn twee neven betrof die in “De goede herder” te “Mester” Meester Cornelis oftewel Jatinegara ondergebracht waren, vroeg ik wie van hen ook naar Jatinegara toe moest en was er één die dat inderdaad van plan was. Aldus 'helemaal goed beschermd' reed ik er heen met zo’n man, gewapend met een bambu runcing in zijn hand, achter op mijn fiets.

Zoals gezegd heb ik ook deze gebeurtenissen een plaats weten te geven in mijn herinnering. Maar nog steeds komt toch af en toe de gedachte naar boven dat ik telkens een engeltje op mijn schouder moet hebben gehad en in feite in 'geleende tijd' leef, want ik had evengoed één van deze drie confrontaties met de dood kunnen bekopen. Ach, gedane zaken nemen geen keer: soms ben je op de verkeerde tijd op de verkeerde plaats en soms wordt je leven bepaald door toevalligheden, waar je geen vat op hebt.

Poseren met Indonesische vrienden
Poseren met Indonesische vrienden
Het contact met Indonesië is nog dik aan gebleven, en zeker met Java waar ik zo lang heb gewoond. De eerste keer dat ik 'weer thuis kwam' was na 25 jaar Holland, en sindsdien ben ik wel zestien of zeventien keer terug geweest om o.a. op Java en Bali mijn oude kameraden op te zoeken, maar ook nieuw verworven vrienden en kennissen, in Sumatra en Sulawesi, het vroegere Celebes. Een bijkomend groot voordeel is dat ik het Indonesisch nog als vanouds onder de knie heb, en dat ook de streektalen (het Sundanees en Javaans op Java) mij niet onbekend zijn. Daardoor kwam je al gauw tot meer vertrouwelijke gesprekken met zelfs onbekende personen.
Terima kasih banyak, Oom!
"Terima kasih (bedankt) oom, voor het geschenk dat ik van u heb gekregen".
Ettelijke keren is het mij overkomen, dat ik met mij onbekende Indonesische intellectuelen een diepgaand gesprek had. Eenmaal hun vertrouwen gewonnen hebbende, vroegen ze me aan het eind van het gesprek: "Dat u Indonesië goed kent en zelfs met de streektalen alhier op Java bekend bent, is tot daaraan toe, maar waarom is ons gesprek zo 'cocok', oftewel, waarom klinkt het allemaal zo gewoon, als vanzelfsprekend?" Waarop mijn antwoord steevast was: "Als ik met jullie een gesprek voer, schakel ik mijn westerse denken uit en ga ik over op de manier van denken van jullie Indonesiërs, wat niet beter of slechter is, maar gewoon anders."

Een enorme tros (zeldzame) en pinkdunne pisang seribu (seribu = duizend)
Een enorme tros zeldzame, pinkdunne pisang seribu (seribu = duizend)
Over "gewoon anders" gesproken, het volgende gebeuren is zuiver toevallig heel anders verlopen dan ik vreesde. Na mijn geboorte te Singkawang in 1926 op Borneo (nu Kalimantan), waarna ik nog geen twee jaar later met mijn ouders naar Java ben vertrokken, ben ik 67 jaar later — in 1995 — teruggegaan om mijn geboortedorp op te zoeken.

Zelf wist ik eigenlijk niets van het piepkleine dorpje, laat staan dat een ander zou weten waar het plaatsje lag. Met een toestel van de Merpati vertrok ik vanuit Jakarta naar Pontianak, de provinciehoofdstad van Noord Kalimantan. Er waren niet veel passagiers op die vlucht en bij aankomst troffen we een uiterst strenge douaneambtenaar, die het presteerde om van iedereen de bagage op inhoud te bekijken. Ik was de enige met een Nederlands paspoort en toen hij dat inkeek zag ik hem even schrikken. Toen ik hem vroeg of er iets niet in orde was, vroeg hij me op zijn beurt of ik echt in Singkawang geboren was. Ik bevestigde dat dit inderdaad het geval was en vervolgens vertelde hij me dat hij daar toevallig ook geboren was. Het bleek toch een aardige kerel te zijn, want terwijl iedereen geduldig op zijn of haar beurt in de rij stond te wachten op contrôle van hun bagage, hebben we nog een tijdje gezellig staan babbelen en natuurlijk werd mijn bagage niet bekeken ....


Mijn goede vriend Captain Pranowo

Mijn goede vriend Captain Pranowo
Mijn goede vriend Captain Pranowo
Zoals hierboven vermeld, ben ik na 25 jaar Nederland weer voor het eerst in Indonesië teruggeweest en daarna nog zestien maal, steeds voor een periode van zes weken achtereen. Ik leerde toen Captain Pranowo kennen, die gezagvoerder was van een Boeing 747 bij de Garuda Indonesia die geregeld naar Amsterdam vloog, en sindsdien is Captain Pranowo een boezemvriend van mij geworden.
Mijn goede vriend Captain Pranowo
Samen met mijn schoondochter Utiek bij het graf van haar vader.
Steeds als ik in Jakarta was, logeerde ik bij hem thuis en samen hebben wij vele zwerftochten gemaakt over Java en Bali. Vaak genoeg ben ik op mijn vakantievluchten naar Indonesië met hem meegevlogen, met hieruit voortkomende ervaringen die een ander niet zo gauw zal kunnen beleven.

Ik werd bijvoorbeeld laat in de avond door een stewardess verzocht in de cockpit te komen en heb daar uren met hem doorgebracht, tot zelfs even al zittend achter de stuurknuppel als nepcaptain, terwijl hijzelf dan een foto of video-opname van mij maakte.
Eens is het zelfs voorgekomen, dat wij midden in de nacht bij helder weer in Bangkok zouden landen. Na zijn mededeling dat ik een landing bij nacht vanuit de cockpit moest meemaken, wilde ik mij weer naar mijn zitplaats begeven met de opmerking dat ik het niet kon maken om in de cockpit te blijven. Zijn antwoord was toen: "Waarom kan niet, ik ben toch de captain!!!"

Verder had ik het probleem dat als ik weer huiswaarts ging, ik doorgaans mijn overvracht aan spullen beperkt moest houden. Maar ook dat werd zomaar opgelost, want twee schoonzonen van hem die ook bij de Garuda werkten, kregen mijn overvolle koffer gemakkelijk het vliegtuig in. En als ik toevallig weer eens met vriend Pranowo als gezagvoerder terugvloog naar Amsterdam, was er al helemaal geen vuiltje aan de lucht en kon ik mij uitleven door haast onbeperkt dingen te kopen in Indonesië. Genoeg om er een koffer mee vol te vullen. Die koffer ging dan als zijn koffer het vliegtuig in en rolde later dan weer als mijn koffer van de band op Schiphol.

Ook andere leuke voorvallen heb ik meegemaakt, bijvoorbeeld als wij samen met een jongere broer van hem die nogal veel in de melk te brokkelen had, op stap waren. Alle borden met "verboden toegang" op de deuren van het presidentieel paleis en de orchideeëntuinen werden compleet genegeerd! Zo heb ik in het paleis van de president te Bogor - voormalig Buitenzorg - prinsheerlijk achter het schrijfbureau gezeten van de voormalige president Soekarno, met in mijn kielzog een medewerker die met mijn camera foto's van mij maakte. Vele jaren lang tijdens mijn vakanties heb ik vanuit 's Lands Plantentuin tegenover het paleis, met de andere bezoekers aldaar foto's gemaakt van het paleis, en in het bijzonder als er iemand op de trappen stond. Ik stond eens op die paleistrap en nog wel op de rode loper en inwendig moest ik wel lachen, toen ik vanuit de Botanische of 's Lands Plantentuin verwoed mensen foto's van mij zag maken, denkende dat ik een belangrijke persoon was.

Wel vond ik het gênant als ik in de Taman Mini Indonesia bij de orchideeëntuin was en in gepaste steriele kledij in het laboratorium stond waar orchideeën werden gekruist om een nieuw soort orchidee te kweken. Ik, die slechts belangstelling heb voor mooie bloemen in het algemeen, terwijl misschien een echte orchideeënliefhebber achter de hekken staat, die de dag van zijn leven zou hebben als hij het kruisingsproject had mogen aanschouwen.

Volgende (30) »  Omhoog   ^^  « Vorige (28)