Chinees vuurwerk

28  Oudejaarsavond

Elke zichzelf respecterende Indische Nederlander stak vóór de oorlog op oudejaarsavond vuurwerk af. Dat hoorde er nu eenmaal per traditie bij. Net zoals de enorme pan met Indische huzarensalade (in blokjes gesneden gekookte aardappelen en rode bieten, doperwten/ worteltjes, ananas, gesnipperde uitjes, twee ons gebakken en kleingesneden biefstuk, suiker en azijn en dat alles gemengd, met als garnering, gesneden schijfjes gekookte eieren). Daarnaast had je natuurlijk ook de grote glazen ovenschotel met overheerlijke Indische macaroni met knakworst, geraspte kaas en boter, en naar smaak te overgieten met zelf aangemaakte mosterdsaus. Uiteraard ontbrak de gado gado en de saté ayam en saté babi, met een grote pan gekruide katjangsaus niet. Al deze traditionele lekkernijen waren het resultaat van gezamenlijk, ambachtelijk keukenwerk van onze vrouwen en ook mijn moeder.

Jakarta 1955. Loes, mijn moeder met Glenn, schoonzus met kind, ikzelf
Loes, mijn moeder met Glenn, schoonzus met kind en ikzelf
Het oorspronkelijk in Nederland beschikbare en verkochte vuurwerk bestond helaas slechts uit vrij krachteloze donderbussen, gevuld met zwart kruit. Het ontsteken van dit vuurwerk van Nederlandse makelij leverde niet veel meer op dan een doffe plof.
Hierin kwam al snel verandering en verdween het Nederlands vuurwerk van de markt. Er werd grootscheeps vuurwerk uit China ingevoerd. Helaas bevatte dit ‘legale’ Chinese vuurwerk –voor ons Indische jongens- slechts een beperkt, vooraf bepaald kruitgehalte, conform de in Nederland geldende normen. Via-via, wist ik tegen de groothandelsprijs aan een flinke voorraad van dit vuurwerk te komen. Een deel ervan verkocht ik dan door aan vrienden en kennissen, voor een prijs die onder die van de winkelwaarde lag. Het ‘echte’ Chinese vuurwerk heeft wit kruit, een hoog kruitgehalte, geeft een veel hardere knal en bovendien een mooie felle lichtflits.
Amsterdam, 1957
Wij drietjes, plus mijn schoonzuster en haar zoon Roy, op de Johan van Oldenbarnevelt.

De 'brondongans', meterslange slierten aan elkaar gevlochten bommen, die wij kochten, met aan het eind een pakket bij elkaar gebonden zware bommen, die voor een indrukwekkende eindexplosie zorgden, waren vaak illegaal via Rotterdam en België ingevoerd en zouden bij ontdekking onmiddellijk in beslag zijn genomen door de autoriteiten. Als ik deze brondongan op oudejaarsavond aanstak, liet de politie het vaak oogluikend toe en hadden de agenten er waarschijnlijk zelf ook de grootste lol in, maar ja, het bleef illegaal vuurwerk.

Ze wisten echter heel goed, dat wij Indische mensen voldoende ervaring en kennis van zaken hadden om dit soort vuurwerk op een veilige en verantwoorde manier te ontsteken. Het werd tenslotte toch maar eenmaal in het jaar afgestoken, en bovendien wisten ze ook dat wij de 'rommel' die wij maakten, meestal nog dezelfde nacht en anders uiterlijk de volgende morgen zelf opruimden.

Hetzelfde oogluikend toelaten door de politie, gebeurde ook altijd met Tjap Go Meh, het Chinees Nieuwjaar dat in de Chinatown wordt ontstoken en wat doorgaans gepaard gaat met oorverdovende knallen. Ook deze gebeurtenis heeft maar eens per jaar plaats, zonder onlusten of wat dan ook.

Amsterdam, 1957
Amsterdam, 1957. Loes is onze zoon Glenn aan het voeren, terwijl neef Roy toekijkt.
Tegen het eind van het jaar vertrok ik dan ook steevast naar Leeuwarden, om mijn achterbak vol te laten gooien met vuurwerk. Qua veiligheid niet echt verantwoord, alleen al vanwege de hoeveelheid 'explosieven' in je achterbak, maar ja, je bent een Indo of je bent het niet, nietwaar? Een groot deel van de gekochte voorraad deden we vervolgens in de verkoop. Buren en kennissen konden op die manier voor een zacht prijsje aan vuurwerk komen en wij konden de kosten van het voor eigen gebruik bestemde vuurwerk, volledig compenseren.

Nu we ons op deze manier konden voorzien van een behoorlijke voorraad vuurwerk, konden we ook de competitie aangaan met mede Indische buurtbewoners. Een competitie die voornamelijk te maken had met het produceren van het meest indrukwekkende 'twaalfuurtje'.

Halverwege de avond stuurden wij meestal onze kinderen op visite naar onze Indische buren. Onder het mom van: wens ze maar vast een gelukkig nieuwjaar, was hun opdracht eigenlijk om uit te vinden uit hoeveel meter hun 'twaalfuurtje' bestond. Hadden we daar eenmaal een indruk van gekregen, dan konden wij ons eigen 'twaalfuurtje' indien nodig verlengen of versterken. Uiteraard was dit geen strijd op leven en dood. Het was gewoon een spel en had te maken met een stukje gezonde en leuke competitie. De 'verliezer' feliciteerde altijd keurig de 'winnaar' en liet hem vervolgens weten dat hij volgend jaar beter zijn best zou doen. Na afloop van deze competitie gingen alle buren altijd gezellig even bij elkaar langs om hier en daar nog even na te praten en om samen nog een hapje te eten. Zo ging dat in Amsterdam.

Volgende (29) »  Omhoog   ^^  « Vorige (27)