26 DMZ en armoede
Dienst Maatschappelijke Zorg en behoeftige omstandigheden
Bezoekje aan de dierentuin. V.l.n.r. mijn moeder, tante en schoonvader uit Semarang, dochter Sandra en zoon Glenn
Indisch versus Nederlands
Verkoopster van diverse Indische groenten, pinda’s, rode uien en hete pepers (tjabe rawit)
Verder bezorgden wij Indisch-gasten de huisarts in die tijd soms ongewild de schrik van zijn leven. Naar oud Indisch/Indonesisch gebruik had je zo je eigen 'huismiddel' om een zware verkoudheid te lijf te gaan. Op de bank zat de 'behandelaar', die zich had voorzien van een potje Vicks of obat matjan (tijgerbalsem), een (afgesleten) gobang (een groot Indisch koperen geldstuk) of een grote knoop. Zelf zat de 'patiënt' op een krukje of op de grond, met ontbloot bovenlichaam, met zijn of haar rug naar de behandelaar toe. Met een likje Vicks of tijgerbalsem werden de eerste, schuin aflopende, strepen getrokken vanaf de bovenste halswervel naar de linker- en rechterkant van het schouderblad. Vervolgens werd dat keer op keer bewerkt door stevig met het koperen geldstuk of de grote knoop over de gebalsemde plek te gaan, net zolang tot het onderhuids begon te bloeden. Des te (bloed)roder de streep werd, des te groter het bewijs dat je een stevige verkoudheid had opgelopen. Deze handeling ging door tot aan het onderlichaam, zodat je rug op het laatst op een bloedrood gestreepte zebra leek. Deze strepen bleven nog dagenlang zichtbaar. De uitgestraalde warmte van de balsem zorgde ervoor dat je je een stuk lekkerder voelde en je ademhaling een stuk lichter werd. Toch maakte je een afspraak met je huisarts om pilletjes te krijgen tegen de verkoudheid. Als hij je dan verzocht om je bovenlichaam te ontbloten om je te onderzoeken en hij tegen die bloedrode strepen aankeek, kreeg hij de schrik van zijn leven, want allicht had je een zeer besmettelijke ziekte opgelopen. Uiteraard gaf je dan uitleg over hoe je aan die strepen kwam en wat daar de bedoeling van was.
Geen enkele medeleven - alles terugbetalen tot aan de laatste cent!
Koud in Nederland aangekomen waren er bovendien nog verkiezingen ook en kreeg je een oproepkaart, terwijl je niet eens de partijen kende en al helemaal niet op de hoogte was van hun doelstellingen.
Schitterende vergezicht op Java; het kleine hoofdeiland Java dat viermaal zo groot is als Nederland.
Indische gezinnen waren altijd — in gedachten dan — in het bezit van een hond. Als je bij de slager kwam, kocht je pens voor je 'denkbeeldige' hond, want dat was uitsluitend bestemd voor hondenvoer, en soms vroeg ik om een kilo zwoerd (om er wat lekkers van te maken). Uiteindelijk konden we dan (dankzij de pens) genieten van een heerlijke 'soto babat' en maakten we van de zwoerd een lekker gerecht bereid met een pindasausje. De slager keek je soms vol achterdocht aan! Maar ja, de slager is inmiddels gewend geraakt aan dit soort bestellingen.
Met mijn mede Indische Nederlanders is het ook al niet anders gegaan in het begin. De enige luxe die wij ons konden veroorloven om naar het werk te gaan of voor de recreatie, was het kopen van een fiets en/of tweedehands auto, waar je om kosten te besparen zelf aan sleutelde om die in redelijk goede conditie te houden. Een APK-keuring had je toen nog niet.
Deze ons ten deel gevallen ‘magere’ behandeling, stond in schril contrast tot die van de vele (illegale) buitenlanders, die tientallen jaren later aanzienlijk beter werden ontvangen, en die zelfs een werkloosheidsuitkering en kinderbijslag kregen.

