21 Contractpension
In het contractpension aan de Emmastraat te Amsterdam-Zuid hebben wij ook zo het nodige meegemaakt. Soms waren onze diep gewortelde Indische gewoontes er de oorzaak van dat onze pensionhoudster behoorlijk in paniek raakte.
Zo had
mijn moeder bijvoorbeeld - vergetend dat ze nu in Holland was -
de uit Indonesië meegenomen trassi (een garnalenpasta in
blokvorm) op de warme kachel te drogen gelegd. Tijdens het
drogen van trassi komt er een sterke weëe geur vrij waardoor de
pensionhoudster dacht dat er een lijk in huis lag.
Ik deed
het zelf ook al niet veel beter want in mijn onschuld rookte ik
in het trappenhuis een krètèk sigaret, een in Indonesië veel
gerookte kruidnagelsigaret. In dit geval was het de sterke geur
van de brandende kruidnagel die onze pensionhoudster lichtelijk
in paniek bracht, omdat ze bang was dat haar pensiongasten in
hun kamer wierrook aan het branden waren.
Ondanks al dit soort
perikelen hadden wij het na Beekbergen en Loenen hier in de
Emmastraat te Amsterdam-Zuid goed getroffen met onze
pensionhoudster van Duitse origine.
Van overgenomen gebruiken ...
Verder kon het zomaar gebeuren, dat mijn
vrouw en ik tijdens een avondwandeling zowaar onze Hollandse
kelner van de "Johan van Oldenbarnevelt" op straat tegenkwamen.
Hij bleek vlak in de buurt te wonen en nodigde ons uit om bij
hem thuis met zijn vrouw kennis te maken en een kop koffie te
komen drinken. Wat ik niet verwacht had gebeurde, want toen zijn
vrouw de koekjestrommel uit de kast haalde en deze, na ons een
koekje te hebben aangeboden, weer in de kast wilde
zetten, verzocht hij haar om de trommel open op tafel te laten
staan. Hij vertelde haar dat wij net zoveel koekjes mochten
eten als wij bliefden, want naar goed Indisch gebruik gebeurde
hetzelfde als zij bij Indische mensen op bezoek waren.
Sterker nog, hij vertelde aan zijn vrouw, dat als je op bezoek
was bij kennissen, je tegen etenstijd behoorde weg te wezen.
Maar als hij op bezoek kwam bij Indische mensen, was het
vanzelfsprekend dat hij met etenstijd ook aan de maaltijd
deelnam.
Kennelijk had hij op zijn reizen als kelner op de boot
naar Indonesië, de nodige Indische kennissen opgedaan en deze
gewoonte in onze kringen ook zelf aan den lijve ondervonden.
... hulp voor een verstekeling
Onderstaande gebeurtenis is ook heel apart en
zeker de moeite van het vermelden waard. Op een avond werd bij
ons in het pension aan de deur geklopt en stond er plotseling
een oude vriend voor onze neus die destijds in dat grote huis
te Gunung Sahari in Jakarta ook een kamer bewoonde. Hij vroeg
mij om nog geen vragen te stellen, maar eerst snel de taxi te
betalen waarmee hij gekomen was. Het hoe en wat zou hij daarna
wel vertellen.
Uit zijn verhaal bleek dat hij met hulp van een
bevriende douanebeambte in de haven van Tanjung Priok te
Jakarta illegaal aan boord had weten te komen van het
passagiersschip de "Johan van Oldenbarnevelt" die op dat moment
vol repatrianten aangemeerd lag om aanstonds naar Nederland te
vertrekken. Zijn vriend had hem van een uniform van de douane
voorzien en op die manier had hij kans gezien om 'ongemerkt' als
verstekeling aan boord te komen. Eenmaal onderweg hadden zijn
medepassagiers al snel door dat hij als verstekeling reisde en
voorzagen ze hem gedurende de hele bootreis clandestien van
eten, drinken en kleding.
In de haven van Amsterdam aangekomen
moest hij uiteraard zien zo onopvallend mogelijk van boord te
komen. Van een kelner aan boord nam hij een uniform over in ruil
voor zijn polshorloge. Aldus uitgedost wist hij de douane te
misleiden en ongehinderd de poort te passeren.
Daarna nam hij - zonder één cent op zak - de
taxi om bij ons contractpension te kunnen komen. Onderdak
konden wij hem niet bieden, maar daarvoor kon hij wel tijdelijk
terecht bij mijn jongere broer die enkele straten verderop in
Amsterdam-Zuid met zijn gezin ook in een contractpension was
ondergebracht.
Kilo's zware, rijpe papaya's op de voorgrond
Bij stom toeval bleek dat de commandant van de politie die hem kwam ondervragen, een bevriende ex-collega van hem was. Kort na de oorlog hadden ze samen even bij de politie in Jakarta gewerkt. Nadat hij zijn ex-collega had verteld dat de Nederlandse Ambassade in Jakarta hem zijn Nederlandse paspoort had afgenomen en hij nu dus in principe staatloos was en als "vreemde oosterling" te boek stond, bood deze hem zijn hulp aan. In afwachting van een oplossing mocht hij vrij zijn cel in en uit, als hij het gebouw maar niet verliet. Om de tijd te doden werkte hij daar in de keuken om de 'vaat' te doen. Nadat er een onderkomen voor hem geregeld was, moest hij zich nog op gezette tijden bij de politie melden. Uiteindelijk kwam hij weer in het bezit van een Nederlands paspoort. Of zijn beide zusters in Limburg, die uiteraard wel een Nederlands paspoort bezaten, hier ook bij betrokken waren, is mij niet bekend. Eind goed, al goed, want al snel had hij ook een nieuwe job gevonden in de autobranche.
