16 KLM en repatriëring
Nadat de rust in heel Jakarta enigszins was weergekeerd, ben ik vanaf midden 1946 gaan werken als magazijnchef op de interinsulaire lijndiensten van de KLM te Kemayoran in Jakarta, waar het vliegtuigenbestand van de grond af moest worden opgebouwd. Voor de intercontinentale vluchten had de KLM hun nieuwe Skymasters en Constellations met eigen reparatie- en onderhoudsafdelingen, maar daar had ik weinig mee te maken.
Dakota's
Kleindochter Yennah en ik en een Dakota bij de Aviodrome te Lelystad
Die militaire Dakota's - van het 18e en 120e squadron - werden opgeknapt en in plaats van lange banken werden ze nu voorzien van stoelen en zo geschikt gemaakt voor de burgerluchtvaart.
Halverwege het ophalen van de Dakota’s uit Archerfield werden wij zowaar geboycot door Australië en konden wij de toestellen wel ophalen, maar werd ons geen brandstof meer verstrekt. Dus gingen de stoelen het toestel weer uit om plaats te maken voor tanks gevuld met brandstof om de resterende Dakota’s van de Nederlandse squadrons naar het vliegveld Kemayoran te Jakarta over te kunnen vliegen. Er was een personeelstekort, de toestellen moesten dag en nacht gerepareerd en vliegklaar worden gemaakt voor de lijndiensten en ik als magazijnchef lijndienst had dus al helemaal weinig vrije tijd. Ondanks dat ik twee assistenten had, was het vaak niet alleen zeven dagen werken want als de binnengekomen toestellen veel klachten hadden, werd er ook wel eens tot bijna twintig uur lang doorgewerkt. De korte dutjes deed je dan maar op je stoel in het magazijn als het even rustig was en de monteurs geen onderdelen kwamen halen. Aan eten en drinken hadden we geen gebrek, want dat konden we bij de catering genoeg krijgen.
1e en 2e Politionele actie
Een Dakota van de Koninklijke Nederlands Indische Luchtvaart Maatschappij
In mijn KLM-jaren verdiende ik zogezegd bijna meer aan overwerkgeld dan aan loon. Dit werk kon je niet jarenlang blijven volhouden zonder nadelige gevolgen en daarom heb ik uiteindelijk eind 1949 begin 1950 ontslag genomen.
Voorbereiding vertrek naar Nederland
Na vier jaar KLM op Kemayoran te Jakarta
ben ik in 1950 gaan werken bij de Koninklijke Boek- en
Offsetdrukkerij G. Kolff & Co., gelegen aan de Jalan Pecenongan
eveneens te Jakarta. Eerst in het magazijn om o.a. kennis op te
doen van de papiersoorten en inkten, daarna als corrector van
alles wat er gedrukt werd, en weer daarna bij de
loonadministratie.
Hier werkte ik tot aan onze gezamenlijke
repatriëring naar Nederland begin maart 1956: ik met mijn gezin,
mijn jongere broer met zijn gezin, en onze moeder.
Ons huwelijk op 4 augustus 1954 met Inge Molenmaker als bruidsmeisje en Andrew Abels als onze bruidsjonker
Onze oudste zoon Glenn en zijn neef Roy Abels, begin 1956
'Tuig van de richel'
Vanuit die grote woning op Gunung Sahari
waren inmiddels enkele Indische Nederlanders naar Nederland
gerepatrieerd. De achterste bijgebouwen werden bewoond door Islamitische
Padangers met wie we redelijk goed konden opschieten. Het
hoofdgebouw was intussen grotendeels bewoond door Christelijke
Batakkers en hun gezinnen, die op z’n zachtst gezegd 'tuig van
de richel' waren. We voorzagen dus grote problemen met de
Batakkers die onze kamers zouden bezetten op de dag van ons
vertrek naar Nederland en we hebben ons dan ook op voorhand
voorzien van de nodige rugdekking.
Verkoop van o.a. kokosnoten in Yogyakarta.
De Ambonees vertelde op onze vertrekdag terloops aan de Batakkers dat als ze er problemen mee hadden dat hij onze kamers in het hoofdgebouw ging bewonen, ze rustig de tijd hadden om al hun vrienden op te trommelen om deze kwestie met hem en zijn militaire vrienden uit te komen vechten. Het gevolg was dat er geen Batakker te zien was op de dag van ons vertrek.
Vele jaren later heb ik de ergste 'smeerlap-Batakker' in Amsterdam gesproken, die destijds te Jakarta in het hoofdgebouw op Gunung Sahari woonde en die nota bene hier was om in Oegstgeest preken e.d. op te halen voor zijn christengemeenschap. Hem vertelde ik dat als deze ontmoeting ‘s nachts had plaatsgevonden, ik hem zonder enige wroeging had vermoord vanwege zijn onbeschofte houding ten opzichte van ons medehuisbewoners! Als weerwoord wist deze ellendeling niets anders te zeggen dan: "Ach mijnheer, u weet zelf wat voor tijd het toen was." Wat een antwoord voor niet alleen een christen, maar zelfs één die voorganger was in zijn gemeenschap!
