15 Bersiap
De Bersiap-periode en bioscoopbezoek
Javaanse Revolutionairen strijden voor onafhankelijkheid. Ze zijn voor het merendeel bewapend met bamboesperen. De enkele geweren zijn afkomstig van Japanners. Bron: Collectie Tropenmuseum
Vele Nederlands-Indische vrouwen en hun kinderen die in de Japanse bezettingstijd buiten de kampen leefden en woonden, werden in de kleinere steden veelal door de Indonesische extremisten opgepakt en in hun extremistenkampen opgesloten. Ironisch genoeg werden de toegangswegen tot de kazerne van het 10e Bataljon waar wij naar toe gevlucht waren, bewaakt door de vroegere mepgrage Japanse militairen. Met dit verschil dat zij nu zelf voor iedereen die de poort passeerde, heel diep bogen in plaats van, zoals voorheen, meppen uit te delen als de voorbijgangers niet diep genoeg bogen.
Kort na de Japanse capitulatie, toen wij dus in het complex van het 10e Bataljon zaten, heb ik enkele weken gewerkt bij een paar Nederlandse officieren en Marva’s die nog maar kort geleden uit Nederland waren overgekomen. Die Nederlandse officieren van de landmacht zagen er niet echt florissant uit, want ze hadden zelf ook net een krijgsgevangenschap achter de rug in Polen.
In de grote woning op de Kramatweg waarin wij
voorheen samengepropt woonden met vele andere gezinnen, werden
zij die te laat waren met vluchten naar veiliger oorden,
vermoord en in de waterput gegooid. Dit kwam ik te weten, omdat
ik er enkele dagen later in een militaire truck onder zware
bewaking langs was geweest om te zien wat er nog van onze
schamele huisraad te redden viel. Van de bewoners was niets te
bekennen, alle meubels en dingen van waarde waren gestolen en de
tuin lag bezaaid met mijn hele bibliotheek die kennelijk niet
interessant genoeg was om te stelen. Achteraf heb ik er spijt
van dat ik, om in die haast weer snel weg te wezen, heb verzuimd
tussen mijn boeken nog naar mijn fotoalbums te zoeken om die te
redden.
Nog tot heel lang daarna hoorde je in gesprekken
welke Nederlanders door de pelopors - de Indonesische
vrijheidsstrijders, maar doorgaans eerder in de gedaante
van rovers en moordenaars - waren vermoord en wie nog een
gruwelijke dood zouden vinden in de daaropvolgende maanden. Je
raakte er zelfs aan gewend als je in de rivieren en kanalen de
lijken geregeld langs zag drijven.
Comtech
In die benarde tijden ben ik, zoals eerder
vermeld, tot midden 1946 gaan werken als magazijnchef bij de
Comtech, een provisorisch door onze militairen opgezet
elektriciteitsbedrijf in het zogenaamde ‘beschermd gebied’
omdat het echte elektriciteitsbedrijf nog in handen was van de
Indonesische vrijheidsgroepering. Ook hier was het behelpen en
improviseren, want via Chinese handelaren in de Batavia
benedenstad en Glodok konden wij nog wel aan lampen komen van
redelijk goede kwaliteit, maar de isolatie van de rollen
elektriciteitsdraad en van de schakelaars zag er bedenkelijk en
vrij onbetrouwbaar uit. Maar ja, liever iets dan niets en
bovendien was het werken buiten nog gevaarlijk ook.
Als de
jongens ‘s morgens binnenkwamen om hun werkopdracht in ontvangst
te nemen, was er altijd wel iemand bij die de dag tevoren
tijdens buitenwerkzaamheden door een 'sniper' was beschoten.
Vrachtauto's vol passagiers en andere vracht bij het Diëngplateau te Midden-Java
Bioscopen
Aan het andere eind, van waar de Comtech lag richting Pasar Baru, had je bij het kanaal twee bioscopen tegenover elkaar: Astoria en Capitol. De bioscoopvoorstellingen waren gratis, maar wel uitsluitend en alleen voor militairen en hun eventuele partner. Er werd heel wat gesjoemeld om een voorstelling te kunnen bijwonen, want aan tweedehands militaire kleding en schoenen kon je gemakkelijk komen en de M.P.’s (Militaire Politie) waren doorgaans ook maar jongens die pas aangeworven waren en bovendien soms bekenden van mij. Als je dus maar goed gekleed was als militair, kon je makkelijk de bioscoop in met je partner en liet men dit oogluikend toe. Je moest toch wat, anders kon je in die beginperiode nooit naar een film kijken!
Durians
Evenals in zovele grote steden hadden wij gewoon niet genoeg gewapende mankracht om alle buurten en wijken te bezetten om er de rust en vrede te handhaven, maar daar kwam spoedig verandering in.
Intussen hadden wij op Gunung Sahari in Jakarta een goede kennis wonen in een groot huis en konden wij, d.w.z. mijn moeder, ik en mijn jongere broer — en ook andere kennissen van hen — kamers betrekken in hoofd- en bijgebouwen.
Klengkeng en salaks
