Japans vrachtschip
de Junyo Maru

11  Japanse bezetting (1)

Bericht Capitulatie in Leidsche Courant, 10 maart 1942
Bericht Capitulatie Nederlands-Indie in de Leidsche Courant, 10 maart 1942
Toen wij in maart 1942 capituleerden tegen de Japanse overmacht en ik als oudste zoon reeds 16 jaar was, werden door de 'Jap' de Europese scholen gesloten, Europese bedrijven geconfisqueerd en had mijn moeder geen inkomsten meer. Spoedig daarna verhuisden we, na het grootste deel van onze huisraad voor een habbekrats verkocht te hebben, naar een hele grote dubbele woning met oprijlaan, ook gelegen aan de Kramatweg bij Senèn, die in het bezit was van drie alleenstaande heel oude zusjes.

Wij hadden voor ons viertjes slechts één voorkamer tot onze beschikking, want die hele dubbele grote woning zat tot en met alle kamers in de bijgebouwen volgepropt met families die in dezelfde situatie verkeerden. Huishuur hoefde niemand te betalen, want die drie oude dames leefden zeer zuinig, waren redelijk bemiddeld en maar wat blij dat alle kamers bewoond werden door gelijkgestemde zielen. Onze oude keukenprinses en haar dochter gingen in de kampong wonen, waar de dochter enige tijd later ging trouwen.

Mijn vader Ernst Quirinus Charles Abels, hier ongeveer 28 jaar oud.
Mijn vader Ernst Quirinus Charles Abels

Afscheid van vader

Mijn vader werd als belastingambtenaar — net als zovele andere weerbare mannen, toen ook Nederlands-Indië in oorlog was met Japan — gedurende de weekenden gemilitariseerd burger en dus Landstormsoldaat. Nog zie ik hem in gedachten onwennig lopen in zijn militaire plunje met een stokoud geweer aan zijn schouder. Na onze capitulatie hebben we hem nooit meer teruggezien.....

Eerst veel later, na de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945, kregen wij via het Rode Kruis te horen, dat op 18 september 1944 het Japanse vrachtschip de “Junyo Maru” - waarop ook mijn vader zat - ter hoogte van Bengkulen op Sumatra was getorpedeerd. Dit was in de Indische Oceaan en door de Engelse onderzeeboot de HMS “Tradewind”.

Abrupte veranderingen op last van de bezetter

Na de capitulatie van Nederlands-Indië voor de Japanners in maart 1942 veranderde in rap tempo van alles tegelijk. Vele plaatsnamen werden gewijzigd en zo kreeg de hoofdstad van Nederlands-Indië, Batavia op Java, de naam Jakarta. Ook werden er door de Japanners nieuwe bankbiljetten in omloop gebracht met nota bene als opschrift in het Nederlands: "De Japansche regeering betaalt aan toonder"!!!

Geld
Bankbiljetten, uitgegeven onder Japanse bezetting
 

Passer Baroe

De woorden "Passer Baroe" zijn uitgesproken door een Nederlander, en wel iemand uit de V.O.C.-tijd ten tijde dat die winkelstraat ontstond. Aanvankelijk was ik speciaal naar Pasar Baru gelopen om een foto te maken van die ereboog die daar zo pontificaal te kijk stond ter gelegenheid van zoveel honderd jaar Nederlands kolonialisme.

Winkelstraat Passer Baroe
Winkelstraat Pasar Baru in Jakarta
Tientallen jaren later zag ik, al lopende door Pasar Baru, straatventers langs de weg die allerhande (oude) buitenlandse postzegels en bankbiljetten verkochten. Ik ben toen bij een van die straatventers gaan informeren of hij misschien ook Japans geld uit de Japanse bezettingstijd verkocht en zo ben ik aan die bankbiljetten gekomen. Ook nu nog worden er bij de straathandel in postzegels en bankbiljetten deze biljetten als curiositeit verkocht.

Van de ene op de andere dag werd ook het jaar 1942 verleden tijd en leefden we volgens de Japanse jaartelling opeens in het jaar 2602.

Verder werd het verboden om bij alle openbare instellingen aan de balie nog gesprekken te voeren in het Nederlands. Al te streng werd hier in het begin niet op toegekeken, want de Japanse overheden hadden wel andere dingen aan hun hoofd en de overgang moest vooral zeer soepel verlopen.
Daarbij is het van belang te weten, dat het Japanse leger uit twee soorten militairen bestond. Het overgrote deel bestond uit beroepsmilitairen, merendeels Koreanen, en een wat kleinere groep uit Japanners. Alle officieren waren van Japanse origine. Veelal waren het beroepsofficieren, maar daarnaast had je ook een wat kleinere groep Sakura’s. Dat waren in feite gemilitariseerde Japanse burgers, die vóór de inval van Japan in Nederlands-Indië werkzaam waren als kappers, goed opgeleide winkeliers, directeuren van Japanse bedrijven enz. enz. Kortom, personen die al jarenlang in Indië gewerkt en gewoond hadden, de situatie door en door kenden en soms goede vrienden hadden onder de Europese samenleving alhier.

Een hoge Sakura officier was — naast zijn rang — te herkennen aan het embleem dat hij op zijn linkerborst droeg in de vorm van een Japanse bloem, de Sakura. Deze officieren waren uiterst geschikt om in het bedrijfsleven in te zetten, omdat ze in feite gewone ordentelijke burgers waren geweest en dus niets te maken hadden met de kadaverdiscipline van de veelal Koreaanse soldaten.

Junyo Mary Vrachtschip Junyo Maru met een uitsnede van de lijst van slachtoffers waaronder mijn vader.
Bron Junyo Maru  pagina

...........................................................................................
Japanners en schilderij (De boer, hij ploegde voort)





Volgende (12) »  Omhoog   ^^  « Vorige (10)