De “Vlugge Vier”

10  Batavia/Jakarta

Onze laatste standplaats

Voormalige zetel van het BOC-bestuur in het toenmalige Batavia, nu stadhuis in Djakarta
Het voormalige stadhuis van Batavia, de zetel van de gouverneur van het VOC. Momenteel doet het gebouw dienst als Kalarta Historisch Museum.
Bron: Gunkarta / Gunawan Kartapranata
Na de laatste verhuizing tegen eind 1938 naar het Batavia van weleer in het Nederlands-Indië van toen, werden wij in mei 1940 opgeschrikt door de Duitse inval in Nederland. In de daaropvolgende periode van bijna twee jaar werden er bij ons in Indië diverse fondsen opgericht, waaronder het “Spitfire fonds“, een fonds om onze naar Engeland uitgeweken luchtmacht van de vermaarde Spitfire jachtvliegtuigen te voorzien om die in de strijd tegen Duitsland in te zetten. In Batavia had je in de Sluisbrugstraat — een zijstraat van Pasar Baru — de bekende Chinese winkel Toko Tio Tek Hong, die behalve de nieuw uitgekomen grammofoonplaten — van onder andere Artie Shaw, Glenn Miller, Tommy Dorsey, Benny Goodman en andere Big Band dansorkesten — ook luchtdrukpistolen en windbuksen verkocht.

Windbuks

Ik weet niet of mijn vader met mijn moeder ruggespraak heeft gehouden, maar kennelijk achtte mijn vader mij oud genoeg en mocht ik op een dag met hem mee, om een mooie windbuks voor mij te kopen waarmee je een loden hagel van 4 mm kon afschieten zonder vergunning. Voor wapens waarmee je 5 mm hagels kon afschieten, had je wel een vergunning nodig! Na lang wikken en wegen had ik een Wembley uitgekozen, eentje waarmee je de loop van de buks niet naar beneden moest klikken om de veer te spannen, maar via een pal daaronder.
Overigens vonden wij jongelui de luchtdruk van de veer na het spannen daarvan om de loden hagel af te schieten, maar 'slapjes'. Daarom was het onze gewoonte om er een dubbele veer in te plaatsen om de luchtdruk van de buks wat op te voeren, maar het vergde ook meer van je krachten om de veer te spannen. De bedoeling was om ermee te gaan schijfschieten in onze tuin, maar daar dacht ik anders over. Ik ging er vaker mee het vrije veld op en de kampongs in, niet om op vogeltjes te schieten, maar om halfrijpe mangga’s, kedongdongs en andere vruchten uit de boom te schieten, om er thuis door onze oude keukenprinses heerlijke rujak manis van te laten maken.

Saté's op Glodok in Batavia

Op m'n solex
Op m'n solex
Verder was ik vaak te vinden op Glodok in Batavia benedenstad, waar ik nogal vaak op mijn bromfiets naar toe reed, maar dat is pas van toepassing na de Tweede Wereldoorlog. Daar had ik zo mijn favoriete eetstalletjes, waar je langs de weg, gezeten op een houten krukje, kon genieten van even in heet water gedompelde schaaldieren met een overheerlijk sausje in een kommetje erbij. Zo was er ook in Batavia/Jakarta aan de rand van de stad en op een toen nog heel stille weg richting Kebayoran een satéstalletje van wat groter formaat dan gebruikelijk, dat overheerlijke saté kambing verkocht. Het stalletje was voorzien van tafels en stoelen en hele gezelschappen, keurig in het pak of jurk gestoken, kwamen even langs op weg naar een feestje of iets dergelijks, om toch eerst even te gaan genieten van de lekkere satés.

Bouwen op moerasgebied

Kebayoran was toen nog een stad in wording, los van Batavia/Jakarta en bestond uit een kleine serie woningen in dat opgespoten moerassige gebied, net als het latere Taman Mini Indonesia bij het Ancolkanaal, dat toen ook nog moerasgebied was. Het Batavia van weleer was omringd door kleinere steden zoals Pasar Minggu, de stad Kebayoran in wording, het nog vrijwel moerassige gebied Kemayoran, Sunter, Klender e.d. die in de zestiger jaren tezamen tot één Groot Jakarta werden omgevormd.

Tweede Wereldoorlog

Inmiddels was ik leerling op de Strada-Mulo tijdens de luchtaanval van Japan op Pearl Harbor op 7 december 1941, waarna ook voor ons de Tweede Wereldoorlog harde werkelijkheid werd en Nederlands-Indië begin maart 1942 door Japan onder de voet werd gelopen en bezet.

sate verkoopster
Verkoopster van overheerlijke saté kambing
Ook ter zee was Japan oppermachtig, want tijdens de slag op de Javazee werden vrijwel alle slagschepen van de geallieerde zeemacht compleet vernietigd. Zij die de dans waren ontsprongen, zijn alle naar Australië gevlucht, zo ook de kleine passagiers- en vrachtschepen van de K.P.M., de Koninklijke Pakketvaart Maatschappij vanuit Surabaya en o.a. Cilacap.
Het is maar weinigen bekend, dat het latere wereldolieconcern Shell hier in Cilacap ten zuiden van Midden-Java vele jaren voor de oorlog zijn oorsprong had als beginnende olieraffinaderij.

Pasar Senèn

Over geld gesproken, natuurlijk kwam je als jonge knul altijd geld tekort om langs de weg te kunnen snoepen, ook al was het door je ouders streng verboden. Mijn vader had nooit veel geld op zak, omdat hij toch net als iedere andere kantoorman met een gevulde broodtrommel naar zijn werk vertrok en in feite geen zakgeld nodig had. Toch ging mijn vader met mij en mijn jongere broer geregeld op zondag aan de wandel naar Pasar Senèn, waar wij bij de Chinees in de 'koude hoek' van een heerlijke ijs Sjanghai geserveerd in een groot glas (en dat voor 5 centen) konden genieten.

Straatkapper
Straatkapper

Kapper

Een vast adres om naar de kapper te gaan was de Sundanese kapper die even verderop in onze straat zijn zaak had en iets duurder was dan de andere kappers, maar daar kreeg je ook wat voor terug. Na het knippen werd je hoofd onverwachts met een harde klik links- en rechtsom gedraaid, kreeg je een paar flinke slagen te verwerken op je schouders en werd het daarna gemasseerd. Alles goed en wel, maar je had snoepgeld nodig, dus als ik weer geld mee kreeg om naar de kapper te gaan, liep ik wel eens naar de straatkapper onder een asemboom (tamarindeboom), waaronder hij zijn kapperskunsten letterlijk botvierde met een botte tondeuse, voor een habbekrats. Thuis gekomen verwonderde mijn moeder zich dat de kapper niet zijn best had gedaan en ik kwam dan met de smoes, dat de kapper die dag waarschijnlijk zijn dag niet had, welke mededeling met de nodige argwaan werd geaccepteerd!

Tramvervoer

Tram in Batavia
Tramwagon, met als opschrift Batavia en Inlanders, voor een remisegebouw. Foto: 1899. Collectie Prentenkabinet Universiteit Leiden
In mijn vrije tijd maakte ik vaak gebruik van de elektrische tram, die kris kras door heel Batavia reed en slechts een 1e en 3e klas wagon had. Voor de 1e klasse betaalde je 4 cent  en voor de 3e klasse slechts 1 cent, ongeacht de afstand.
Overal op Java was overigens het reizen in de 3e klasse van trams en treinen, zelfs in “die goede oude tijd” beslist geen pretje. Onder de passagiers waren er veel straatverkopers, die de wagon bevolkten met hun grote zware manden vol met levende vissen, levende kippen, bergen verse groente en fruit, en een enkeling zelfs met een ergens gekochte levende geit. En alsof die chaos nog niet genoeg was, kwam er haast bij iedere halte wel een verkoper van sigaretten en snoepgoed de wagon binnen om zijn waar — al klimmende over al die volle manden — onder de passagiers te slijten.
Postspaarbank Batavia/Jakarta Postspaarbank Batavia/Jakarta

Gaslampen

De straten werden doorgaans bij avond elektrisch verlicht, maar langs de huizen, zoals bij ons in de straat, hadden wij nog gaslampen als straatverlichting. Tegen de avond kwam dan lopend iemand langs van de gemeente gewapend met een ladder, een twee meter lange stok met haak en een doosje. Als na het overhalen van een hendel met de haak, de lamp niet brandde, was de kous stuk en klom de man op zijn ladder, opende de glazen bol en haalde uit het doosje een nieuwe gaskous om die te vervangen.

Joyce
Familiebijeenkomst 16.6.2013 toen Joyce, dochter van Albert Yzelman uit Bandung, samen met dochters in Nederland was.

Volgende (11) »  Omhoog   ^^  « Vorige (9)