10 Batavia/Jakarta
Onze laatste standplaats
Het voormalige stadhuis van Batavia, de zetel van de gouverneur van het VOC. Momenteel doet het gebouw dienst als Kalarta Historisch Museum.
Bron: Gunkarta / Gunawan Kartapranata
Windbuks
Ik weet niet of mijn vader met mijn moeder
ruggespraak heeft gehouden, maar kennelijk achtte mijn vader mij
oud genoeg en mocht ik op een dag met hem mee, om een mooie
windbuks voor mij te kopen waarmee je een loden hagel van 4 mm
kon afschieten zonder vergunning. Voor wapens waarmee je 5 mm
hagels kon afschieten, had je wel een vergunning nodig! Na lang
wikken en wegen had ik een Wembley uitgekozen, eentje waarmee je
de loop van de buks niet naar beneden moest klikken om de veer
te spannen, maar via een pal daaronder.
Overigens vonden wij
jongelui de luchtdruk van de veer na het spannen daarvan om de
loden hagel af te schieten, maar 'slapjes'. Daarom was het onze
gewoonte om er een dubbele veer in te plaatsen om de luchtdruk
van de buks wat op te voeren, maar het vergde ook meer van je
krachten om de veer te spannen. De bedoeling was om ermee te
gaan schijfschieten in onze tuin, maar daar dacht ik anders
over. Ik ging er vaker mee het vrije veld op en de kampongs in,
niet om op vogeltjes te schieten, maar om halfrijpe mangga’s,
kedongdongs en andere vruchten uit de boom te schieten, om er
thuis door onze oude keukenprinses heerlijke rujak manis van te
laten maken.
Saté's op Glodok in Batavia
Op m'n solex
Bouwen op moerasgebied
Kebayoran was toen nog een stad in wording, los van Batavia/Jakarta en bestond uit een kleine serie woningen in dat opgespoten moerassige gebied, net als het latere Taman Mini Indonesia bij het Ancolkanaal, dat toen ook nog moerasgebied was. Het Batavia van weleer was omringd door kleinere steden zoals Pasar Minggu, de stad Kebayoran in wording, het nog vrijwel moerassige gebied Kemayoran, Sunter, Klender e.d. die in de zestiger jaren tezamen tot één Groot Jakarta werden omgevormd.
Tweede Wereldoorlog
Inmiddels was ik leerling op de Strada-Mulo
tijdens de luchtaanval van Japan op Pearl Harbor op 7 december
1941, waarna ook voor ons de Tweede Wereldoorlog harde
werkelijkheid werd en Nederlands-Indië begin maart 1942 door
Japan onder de voet werd gelopen en bezet.
Verkoopster van overheerlijke saté kambing
Het is maar weinigen bekend, dat het latere wereldolieconcern Shell hier in Cilacap ten zuiden van Midden-Java vele jaren voor de oorlog zijn oorsprong had als beginnende olieraffinaderij.
Pasar Senèn
Over geld gesproken, natuurlijk kwam je als jonge knul altijd geld tekort om langs de weg te kunnen snoepen, ook al was het door je ouders streng verboden. Mijn vader had nooit veel geld op zak, omdat hij toch net als iedere andere kantoorman met een gevulde broodtrommel naar zijn werk vertrok en in feite geen zakgeld nodig had. Toch ging mijn vader met mij en mijn jongere broer geregeld op zondag aan de wandel naar Pasar Senèn, waar wij bij de Chinees in de 'koude hoek' van een heerlijke ijs Sjanghai geserveerd in een groot glas (en dat voor 5 centen) konden genieten.
Straatkapper
Kapper
Een vast adres om naar de kapper te gaan was de Sundanese kapper die even verderop in onze straat zijn zaak had en iets duurder was dan de andere kappers, maar daar kreeg je ook wat voor terug. Na het knippen werd je hoofd onverwachts met een harde klik links- en rechtsom gedraaid, kreeg je een paar flinke slagen te verwerken op je schouders en werd het daarna gemasseerd. Alles goed en wel, maar je had snoepgeld nodig, dus als ik weer geld mee kreeg om naar de kapper te gaan, liep ik wel eens naar de straatkapper onder een asemboom (tamarindeboom), waaronder hij zijn kapperskunsten letterlijk botvierde met een botte tondeuse, voor een habbekrats. Thuis gekomen verwonderde mijn moeder zich dat de kapper niet zijn best had gedaan en ik kwam dan met de smoes, dat de kapper die dag waarschijnlijk zijn dag niet had, welke mededeling met de nodige argwaan werd geaccepteerd!Tramvervoer
Tramwagon, met als opschrift Batavia en Inlanders, voor een remisegebouw. Foto: 1899. Collectie Prentenkabinet Universiteit Leiden
Overal op Java was overigens het reizen in de 3e klasse van trams en treinen, zelfs in “die goede oude tijd” beslist geen pretje. Onder de passagiers waren er veel straatverkopers, die de wagon bevolkten met hun grote zware manden vol met levende vissen, levende kippen, bergen verse groente en fruit, en een enkeling zelfs met een ergens gekochte levende geit. En alsof die chaos nog niet genoeg was, kwam er haast bij iedere halte wel een verkoper van sigaretten en snoepgoed de wagon binnen om zijn waar — al klimmende over al die volle manden — onder de passagiers te slijten.
Postspaarbank Batavia/Jakarta
1933 Willys Model 77.
Dokar