Kleurenfoto's

5  Fotografie

Oude camera's
Oude camera's
Hier ben ik begonnen met wat later mijn hobby zou worden: fotografie! Mijn vader had een Zeiss Ikon boxje met een zeer eenvoudig lensje, waarbij je om een foto te maken, een hendeltje moest bedienen. Om te weten wat je op de foto zo ongeveer te zien kreeg, moest je door een dubbel raamwerk kijken, bestaande uit twee ijzerdraadjes die je eerst aan de bovenkant van het toestel uit moest trekken. Het voorste vierkant was groter dan het achterste, dus als je van achter naar voor door die vierkantjes keek, kon je ongeveer bepalen welk gedeelte op de foto kwam. Tot vele jaren na de Tweede Wereldoorlog, was ik nog in het bezit van dergelijke 'koekjestrommels', zij het nu zonder ijzerdraadjes, maar met een kijkgaatje.

'Koekjestrommel'

Na een aantal jaren kocht ik dan telkens het nieuwste model 'koekjestrommel', waarmee je alleen maar foto’s kon maken met een lensopening 8 of 11 bij een sluitersnelheid van 1/125 seconde of 'open lens' van een seconde of meer. Als laatste 'ouderwetse' fototoestel had ik een Adox, een voor die tijd vrij plat langwerpig modern geval in gesloten toestand, waarmee ik veelvuldig foto’s heb gemaakt. Die moest je bij het foto’s maken eerst openklappen, waarbij je gelijktijdig een balg opentrok waar de lens aan vastzat. Dat toestel heb ik nu nog steeds in mijn bezit.

Foto's gemaakt met oude camera Foto's gemaakt met oude camera
Langzaam maar zeker werden de fotorolletjes en lenzen lichtsterker en werden de fototoestellen uitgerust met een knopje, waardoor je foto’s kon maken bij een kortere snelheid dan 1/125 seconde. Het fototoestel was tevens uitgerust met een knopje waardoor je meerdere lensopeningen naar believen kon gebruiken. Maar nog altijd zat je dan met het probleem hoe lang je een foto moest belichten om die ook precies juist belicht te krijgen. Daarvoor kocht je een losse belichtingsmeter, stelde je dat ding in op (bijvoorbeeld) 1/250 seconde en belichtte daarmee van dichtbij o.a. een groepje te fotograferen personen. Dan kon je op de belichtingsmeter aflezen, dat je in dat geval een lensopening 5,6 moest gebruiken.

Losse flitsapparaten

Tezelfdertijd kwamen, vrij ver na 1945, de eerste losse flitsapparaten in de handel die je op je fototoestel vastzette en met een kabeltje aan je toestel verbond om automatisch te kunnen flitsen. De lampen voor eenmalig gebruik waren net zo groot als een ouderwetse grote gloeilamp met dezelfde schroefdraadaansluiting. De ‘inhoud’ van de lamp bestond uit een soort wit 'spinnenweb' met een blauwe vlek in het midden; na de flitsopname was het 'spinnenweb' verdwenen. Helaas was die flitslamp niet al te lang houdbaar. Als die blauwe vlek een roze vlek was geworden kon je de lamp wel weggooien, want dan was hij niet meer betrouwbaar. Gelukkig werden er in die tijd niet veel foto’s achter elkaar gemaakt. Als je in een feestzaal foto’s maakte kon je maar twee flitsfoto’s na elkaar maken, want in elke jaszak paste maar één flitslamp! Je was dan verplicht om twee nieuwe lampen uit je voorraad te halen.

Sepia

De nog uitsluitend zwart/wit foto’s kon je alleen maken bij goed daglicht, want de fotorolletjes waren in de begintijd 'langzaam', dus bij minder licht lukte het zeker niet een foto uit de hand te maken omdat de lens zowat een halve seconde open moest blijven staan. Nou zeg ik wel zwart/wit foto’s, maar doorgaans werden de plaatjes in die begintijd afgedrukt in sepiabruin en altijd voorzien van een kartelrand.

Tijdrovende voorbereiding

Adembenemende schoonheid van flora en fauna
 Adembenemende schoonheid van flora en fauna
Tot ver na 1945 kon je - alleen binnenshuis - foto’s onder minder goede lichtomstandigheden maken. Je had dan wel een 'flitsapparaat' nodig  dat je zelf moest maken en waarvan de bediening een hoop rompslomp met zich meebracht. Daarvoor nam je een stuk glimmend blik dat je tot een L-vorm omboog, vervolgens plaatste je onder het liggend vlak een handvat en naast het liggend vlak vastgezet, een aansteker. Bij het maken van een 'flitsopname' moest je eerst je fototoestel op een driepoot plaatsen en op het platte blikken vlak een bergje magnesiumpoeder leggen. Dan was het “lens open”, het magnesiumpoeder tot ontbranding brengen met de aansteker (wat gepaard ging met een flits en een enorme rookwolk), “lens dicht” en voilà, een bruikbare en hopelijk redelijk goed belichte foto bij slecht licht of in het donker gemaakt, was het resultaat.

Volgende (6) »  Omhoog   ^^  « Vorige (4)