Tante, oom en anaks op weg naar Holland
Zoals eerder gezegd was ons gezin tot midden 1934 in Medan op
Sumatra woonachtig en had mijn vader als Ambtenaar Der Directe
Belastingen 2e klasse, het recht verworven om één maal in de zes
jaar ook één jaar met Europees verlof te gaan, uiteraard met
doorbetaling van zijn maandelijkse salaris. Daar maakte hij
natuurlijk gretig gebruik van en als gezin mochten we een
bediende meenemen. Onze jonge vrouwelijke bediende Dalmi
geheten, namen we dus mee als oppas van ons drie kinderen, want
per slot van rekening was ikzelf als oudste zoon van ons
drietjes pas acht jaar oud.

Johan van Oldenbarnevelt
De bootreis duurde één maand en aldus vertrokken we midden 1934
met het passagiersschip de “Dempo” naar Nederland, om elf
maanden later, na van een lange vakantie in Nederland te hebben
genoten, met het passagiersschip de “Johan van Oldenbarnevelt”
weer naar Java terug te keren.
Het toeval wilde dat mijn oom, die afdelingshoofd was bij het
Departement van Verkeer en Waterstaat te Bandung, met zijn
echtgenote — een oudere zuster van mijn moeder — en hun twee
kinderen, vrijwel gelijktijdig met ons ook aan zijn jaar
Europees verlof toe was. Samen zijn wij dan ook in Nederland
veel op stap geweest en voor ons kinderen vaak met de nodige
tegenzin, omdat je dan weer dik ingepakt die vermaledijde kou
steeds moest zien te trotseren!
Onze standplaats werd — hoe kan het ook anders in die tijd — de
stad Den Haag, waar als vanouds de meeste vakantiegangers uit
voormalig Nederlands-Indië met verlof verbleven.
Ms Dempo
4 Kleren, benaming & Holland
Kleding maken, naamgeving toenmalige koloniën & met vakantie
naar
Holland in 1934.
Loes en anderen in dans met zakdoek
Kleding werd door moeder de vrouw zelf
vervaardigd op de populaire “Singer” en “Pfaff” hand- en later
trapnaaimachines, die heden ten dage hoewel reeds antiek en
stokoud, nog altijd in gebruik zijn. Originele onderdelen
hiervoor zijn weliswaar reeds tientallen jaren niet meer
verkrijgbaar, maar diverse kleine bedrijfjes hebben zich erop
toegelegd om de onderdelen voor deze onverwoestbare machines
zelf te vervaardigen. In Indonesië is echt — bijna — niets
onmogelijk. Een net herenpak of jurk kon je heel goedkoop en in
één dag klaar bij een van de vele inheemse kleermakers laten
maken, eventueel met behulp van een plaatje om te laten zien hoe
het precies moest worden en vaak had de kleermaker zelf diverse
rollen stof in voorraad waar je uit kon kiezen. Had je er wat
meer centen voor over en wilde je gaan pronken, dan liet je je
kostuum maken door “Savelkoul”, alom een begrip in heel Indië.
Misbruik makend van de reputatie van “Savelkoul”, hadden sommige
kleermakers op Java het lef om op hun uithangbord te vermelden
dat ze daar voorheen als coupeur hadden gewerkt.
Stof per strekkende el
Normaal gesproken werden de stofjes om tot
kleding te verwerken goedkoop ingekocht bij een langslopende
'klontong' Chinees, wiens komst reeds van verre te horen was
door een soort ratel die hij daarbij hanteerde. Zijn knechtje
droeg dan een pikolan, een uit bamboe vervaardigde draagstok met
aan beide einden een loodzware mand met stofjes, die merkwaardig
genoeg nooit per meter maar altijd per el verkocht werden. Had
een straatverkoper van stofjes geen ellenmaatstok bij de hand,
dan volstond het om de stof met duim en wijsvinger en opzij
uitgestrekte arm vast te houden en was de afstand tot het midden
van de hals gelijk aan een el.
Vaker nog vanwege een meer
uitgebreide collectie kocht men de stofjes bij een Bombay
stofjeswinkel, waarvan iemand uit India of Pakistan de eigenaar
was.
Naamgeving toenmalige koloniën
Overigens bestonden de namen India en
Pakistan vóór de Tweede Wereldoorlog nog niet, want toen waren
de meeste landen nog een Engelse, Amerikaanse, Franse of
Nederlandse kolonie. Men sprak van Voor- en Achter-Indië als het
ging om het tegenwoordige India en Pakistan, de Straits
Settlements als het ging om Singapore en Maleisië, verder had
men nog Hongkong, allemaal Engelse koloniën en Macao als
Portugese kolonie. Ook Ceylon, tegenwoordig Sri Lanka geheten,
was een Engelse kolonie, en de Filippijnen waren een Amerikaanse
kolonie. De Franse kolonie heette Frans Indo-China, die bestond
na hun onafhankelijkheid o.a. uit de latere landen Thailand
(voorheen Siam), Laos en Cambodja. Verder was er ook nog het
Japanse eiland Formosa, dat na de Tweede Wereldoorlog in Chinees
bezit kwam en werd omgedoopt tot Taiwan. Althans, voorzover ik
het mij allemaal nog kan herinneren. China zelf was
communistisch onder Mao Tse Toeng, waar het niet-communistische
leger onder leiding van generalissimo Tsjang Kay Sjek, die tot
de Kwo Min Tang groep behoorde, tegen vocht en die na de strijd
te hebben verloren met zijn leger en aanhangers naar Taiwan
vluchtte om er een onafhankelijke staat te stichten, los van het
communistische Chinese vasteland.
Volgende (5)
»
Omhoog
^^
« Vorige (3)