Oude militaire Staf-auto
In de grote steden had je soms op de belangrijkste hoofdwegen
twee of drie gescheiden rijstroken. De ene voor fietsers en
openbaar vervoer, zoals paard en wagen (dokars, kreteks,
delemans, sado‘s en andongs [zoals in Yogya]) en eventueel de
elektrische tram, en de andere voor autosnelverkeer.
Oude auto - 1935
Dat er soms
gaten in de weg zaten omdat het asfalt was verdwenen en er
zelden snel gerepareerd werd, nam je dan maar voor lief.
Mijn oom Arend Yzelman op zijn mooie motorfiets.
Loes, mijn echtgenote, en ik op een fantasiefoto
Een dagje op stap
Echt verre reizen maken deed men in de vooroorlogse jaren haast niet, zelfs niet bij de gezinnen die tot de z.g. middenstand behoorden. Vergeet niet dat het toen de crisisjaren waren en je al blij was als je werk had en van je salaris redelijk kon rondkomen. Naar een andere stad verhuizen deed je pas, als je het geluk had aldaar beter betaald werk te hebben gevonden.
Een heel enkele keer ging je op een weekend een dagje op stap. Veelal ging je dan met je gezin, met de streekbus naar een gezellig ontspanningsplekje in de buurt. Een hapje eten in een restaurantje langs de kant van de weg was zelfs nog te duur en werd het eten en drinken mee van huis genomen.
Nee, het ging er allemaal heel
eenvoudig aan toe en toch was iedereen meer dan tevreden als men na zo’n dagje uit huiswaarts keerde. De enkeling die een eenvoudig fototoestel tot zijn beschikking had, hield dan aan zo’n gezellig dagje uit mooie herinneringsplaatjes aan over.
De rujak manis.
Deze vruchtensalade is een lekkernij die menigeen in Indonesië wel vaker heeft gegeten. Maar wij jongens piekerden er niet over om het op de pasar te kopen. Wij “ roofden “ de hiervoor benodigde halfrijpe vruchten zelf wel bij elkaar zogezegd. Gewapend met een windbuks en katapult gingen we op strooptocht de tuinen langs waar vruchtbomen staan om er de halfrijpe vruchten uit te knallen. Uiteraard waren de eigenaren daarvan niet gediend als wij betrapt werden. Al scheldend en zwaaiend met een kapmes of stok om kracht bij te zetten werden we achterna gezeten en maakten we dat wij wegkwamen. Zelf zagen wij zo’n rooftocht als een spannend avontuur en kwamen wij dan al hijgend van het rennen met onze buit aan vruchten thuis en werd meteen de rujak manis gemaakt. Het toch al lekkere hapje smaakte dan naar onze mening op die manier nog lekkerder !
3 Transport
Transport
De middenstand was – althans zeker voor wat
de onderlaag daarvan betreft – tot midden 1935 doorgaans ook
niet in het bezit van een auto en zo men die al had, dan zat er
in die vooroorlogse jaren (1930/1942) een 6-volts accu in en als
die wat zwak was, moest je de motor met een slag van een slinger
aan de praat zien te krijgen. De onderhouds- en
reparatiewerkzaamheden werden uit zuinigheidsoverwegingen zelf
uitgevoerd en het bezit van een Engelse sleutel en wat
schroevendraaiers was vaak al voldoende om de kleine herstel- en
onderhoudswerkzaamheden uit te voeren.
Onderhoud
Dokar
Het afstellen van de motor geschiedde op gehoor! Auto’s waren trouwens ook tot
ver na de Tweede Wereldoorlog nog met een 6 volts accu
uitgerust. Regelmatig was je op je gemak uren bezig met het
onderhoud van je auto. Zeker als die veel werd gebruikt. Om de
1500 km moest de motorolie worden ververst, draaiende onderdelen
met olie of vet doorgesmeerd en moesten de contactpunten van de
bougies worden bijgesteld. Daarnaast moest je regelmatig
controleren of er nog voldoende koelwater aanwezig was en moest
de accu zo nodig met gedestilleerd water worden bijgevuld.
Oude auto's
Als je al een auto had, was je in feite
bestuurder en monteur tegelijk.
Vooral een
bestuurder/eigenaar van een busje of vrachtwagen had er zijn
handen vol aan. Vanaf 1938, toen er wat meer auto’s rondreden,
werden er ware 'technische hoogstandjes' verricht. Desnoods met
behulp van ijzerdraadjes werd de motor bij elkaar en aan de
praat gehouden. Was je cilinderkop compleet versleten, dan was
er nog geen man overboord, want dan ging je naar een autokerkhof
om een bruikbare en passende cilinderkop te halen. Dat de
schroefdraad misschien niet klopte, maakte weinig uit, want die
kotterde je desnoods zelf. Op die manier hield je de motor
altijd wel draaiende met behulp van oude onderdelen van
verschillende automerken. In tegenstelling tot Europa, hoefde je je in
Indonesië geen zorgen te maken over het begrip "arbeidsloon". Op
vrijwel elke hoek van de straat kon je wel een bedrijfje vinden
waar ze voor een habbekrats en in een mum van tijd de boel voor
je in orde maakten.
Even een rustpauze onderweg van 2 Indische families
Benzineprijs
Benzine kostte hooguit 1 dubbeltje per liter
– wat natuurlijk wel veel was voor die tijd – en het tanken ging
als volgt. Bij de benzinepomp werd de staaf of hendel heen en
weer bewogen om een glazen reservoir met 5 liter benzine gevuld
te krijgen om het daarna door middel van een slang in je
benzinetank over te hevelen. Voor de volgende 5 liter benzine
moest deze handeling herhaald worden. Het mag ook duidelijk zijn
dat er in de dertiger jaren zelfs in de grote steden van
voormalig Nederlands-Indië weinig snelverkeer was en dat een
woord als “file” dan ook nog geen enkele betekenis had.
De rujak manis verkoopster

Doorgaans wordt de rujak manis gemaakt van in partjes gesneden
halfrijpe mangga, ananas, bangkoan, jambu aer, papaya, jeruk Bali en
ketimun (komkommer ). Het geheel overgoten met een zoet en pittig
sausje gula jawa van de suikerpalm.
Volgende (4)
»
Omhoog
^^
« Vorige (2)