2 Dagelijks bestaan
StraatverkoopsterHuishoudelijke hulp
Zoals doorgaans het geval was, hadden ook wij een alleenstaande, wat oudere vrouw als inwonende kokkin, die niet alleen dagelijks groente, vlees e.d. op de pasar kocht – na instructies en het boodschappengeld van mijn moeder te hebben ontvangen – en het eten kookte, maar daarnaast ook nog allerhande klusjes deed zoals de tuin schoonvegen e.d.
Als tweede, ook inwonende bediende had men een wat jongere vrouw in dienst die de was deed, het huis dagelijks schoonhield en als er kleine kinderen in huis waren, die naar de kleuterschool bracht en weer ophaalde, plus dat ze dan zo nodig ook kinderoppas was als pa en ma op stap gingen.
In die tijd had iedere woning behalve een badkamer ook een waterput waar de was werd gedaan, het keukengerei werd afgewassen en de bedienden driemaal daags hun bad namen. Bedienden bleven toen jarenlang trouw bij één gezin in dienst, zelfs tot aan hun overlijden.
Loon
Onze bedienden ontvingen maandelijks 5 gulden
loon wat eigenlijk meer 'snoepgeld' was want ze hadden toch
immers kost en inwoning. Mijn moeder had de gewoonte om ze
maandelijks 1 gulden snoepgeld te geven – een lekker hapje of
drankje buiten snoepen kostte immers hooguit 5 centen en voor 2
waterijsjes betaalde je 1 cent – en de resterende 4 gulden per
maand hield ze in bewaring.
Overigens verdween die gulden
aan snoepgeld meer in de magen van ons drie kinderen, want onze Javaanse
bedienden wisten ons aardig te verwennen.
Elk jaar – of om de 2 of 3 jaar naar eigen wens – werden de bedienden bij mijn moeder geroepen en konden zij van het aldus opgespaarde geld bijvoorbeeld een mooie 22-karaats gouden ring of armband kopen als appeltje voor de dorst zogezegd. 14- of 18-karaats gouden sierraden kende men in het Nederlands-Indië van weleer niet.
Elektrische apparaten
Verder bestond de televisie toen nog niet en had de middenstand hooguit een eenvoudige radio in huis waar doorgaans de sterke zenders goed te beluisteren waren. Met een draaiknop kon je het geluid goed afstellen, wat te zien was aan een blauw of groen 'kattenoog' dat mooi sloot als je de zender goed op de juiste golflengte had ingesteld.
Een elektrische koelkast was een ongekende
luxe; men was meestal in het bezit van een houten koelkist van
dezelfde omvang als een doorsnee koelkast van 140 cm hoog met op
tweederde hoogte een zinken bodem met waterafvoerpijp. Iedere
morgen kwam dan een man met een handkar langs met ijsblokken
waar je een kwart ijsblok van kocht, dat je omwikkelde met een
juten zak en op de zinken bodem plaatste. Daar bovenop kwamen de
flessen frisdrank en in de ruimte onder de zinken plaat konden
de groenten e.d. enigszins koel bewaard worden.
Zuinig leven was
het parool, dus de flessen frisdrank waren uitsluitend bestemd
voor de visite. Wij kinderen moesten het dan maar doen met
limonadesiroop. Aangezien de mieren op al die zoetigheid af
kwamen, stonden de 4 poten van de koelkist elk in een bakje met
water.
Planten en bloemen
Bloeiende hibiscusplant
Dagelijks zag je dan dat mevrouw als haar hobby de bloempotten begoot en plantjes verzorgde. Een eigenaardigheid was – het waarom weet ik nu eigenlijk nog niet – dat als een roos in de bloempot verwelkt was, de bloem netjes werd afgeknipt en de resterende top werd afgedekt met een lege eierdop.



