Verhuisritueel

1  Introductie

AMijn ouders en ik als baby
Mijn vader, moeder en ik als baby in 1926
Ik, Paul Ferdinand Abels (roepnaam Ferry) ben geboren op 4 januari 1926 en tot grote schrik van mijn moeder, welhaast tussen de koppensnellers te Singkawang in Borneo, dat tegenwoordig Kalimantan heet. De Dajakse koppensnellers hadden in die tijd nog de gewoonte en als traditie om de hoofden van hun verslagen tegenstanders op bamboestaken voor hun kamponghuisje ten toon te stellen en hoe meer koppen ze bezaten, hoe hoger ze in aanzien stonden als krijger.

In 1926 toen mijn vader er als Rijksambtenaar van het Indische Gouvernement was gedetacheerd, werd al voorzichtig een begin gemaakt met het ongedaan maken van deze Dajakse traditie. Naast de autochtonen bestond de bevolking reeds decennia lang in de hoofdstad Pontianak en wijde omstreken te Borneo - en dus ook in mijn geboorteplaats Singkawang - uit een zeer grote groep Chinezen die uit het straatarme China waren overgekomen, in de hoop om in Noord-West Borneo een nieuw en beter bestaan te vinden. Uiteraard hebben de vele Chinezen zich hier vermengd met de plaatselijke bevolking, wat te zien is in de Chinese trekken op de gezichten van de vele huidige bewoners aldaar.

Ik ben wel geboren te Singkawang op Borneo, maar nog voordat ik twee jaar oud was, kreeg mijn vader met vrouw en kind alweer een nieuwe standplaats als Rijksambtenaar, en wel te Banyuwangi op Oost-Java. In 1995 - dus 70 jaar later - ben ik met vakantie naar mijn geboortedorp Singkawang teruggeweest om er, volgens de aanwijzingen van mijn inmiddels stokoude moeder, de haar nog bekende plekjes op te zoeken en - naar oud Indisch gebruik - een pot met grond van mijn geboortedorp als herinnering mee naar huis te nemen.

Ons gezin
Onze babu, mijn ouders, ikzelf, Olga op schoot en Edwin

Singkawang was toen weliswaar niet echt een 'ingeslapen' dorp meer, maar het is wel altijd een rustige stad gebleven. Het kan ook niet anders, omdat het vrij afgelegen ligt in Noord-West Borneo, dicht tegen de grens van Oost-Maleisië, het vroegere Brits Noord-Borneo. De hoofdstad van deze provincie is Pontianak, gelegen aan de Kapuas rivier, en dat is wel een bruisende hoofdstad geworden. Daar heb ik nog het paleis van de Sultan van Pontianak opgezocht en uitvoerig bekeken. Sinds de dertiger jaren was de Sultan (roepnaam Max) Hamid Alkadrie, die een Europese opleiding heeft genoten, zeer geliefd in zijn Nederlandse vriendenkring; hij had toen de rang van Adjudant in buitengewone dienst van onze toenmalige H.M. Koningin Juliana.

Mijn ouders

Mijn moeder Eveline Bastiaans is geboren op 31 juli 1900 te Pekalongan in Midden-Java en mijn vader Ernst Quirinus Charles Abels (roepnaam Tjoh) is geboren op 29 januari 1901 te Semarang eveneens in Midden-Java, en was aan het begin van zijn carrière als Rijksambtenaar der directe Belastingen steeds aan overplaatsingen onderhevig.

Een vrijwel onbezorgde jeugd met mijn ouders heb ik kort doorgebracht eerst in Banyuwangi waar mijn jongere broer Edwin Abels (roepnaam Teddy) op 5 juli 1927 werd geboren, verder in Bondowoso, Oost-Java, en daarna in Pekalongan in Midden-Java waar mijn jongere zuster Olga Elena Abels (roepnaam Olly) werd geboren op 23 mei 1929, en als compleet gezin vervolgens in Medan op Sumatra waar wij drie jaar verbleven tot midden 1934.

Inkomsten

Mijn vader had, beginnende met een maandsalaris van 60 gulden, het na 9 jaar trouwe dienst tot midden 1934 gebracht tot Rijksambtenaar der Directe Belastingen 2e klasse en behoorde tot de zogenaamde middenstand, met een maandsalaris van pakweg 150-175 gulden. Om het zo ver te schoppen had mijn vader enkele jaren eerder een Klein Ambtenaarsexamen met goed gevolg afgelegd. Tijdens die malaisetijd behoorde je tot de middenstand als je vader werk had. Moeders werkten toen nog niet en maakten hooguit koekjes e.d. om te verkopen en op die manier extra inkomsten te verkrijgen. Zo wisten vele gezinnen, zuinig levend, de maand goed door te komen en hun kinderen een goede schoolopleiding te geven.

Het menselijke gezicht van een belastingambtenaar.

Als belastingambtenaar was mijn vader onkreukbaar. Hij hechtte grote waarde aan de verplichtingen en verantwoordelijkheden, die zijn ambt met zich meebracht. Zo gaf hij mijn moeder te verstaan om nooit geschenken –in welke vorm dan ook- aan te nemen van onbekenden. Hij wenste elke schijn van aantasting van zijn beroepsmatige onkreukbaarheid te voorkomen. Hij was echter tevens een sociaal bewogen mens, en wist 'op zijn manier' toch een menselijk gezicht te geven aan de hem opgedragen taak. Menigmaal moest hij beslag leggen op de inboedel van een arm Indonesisch gezin, omdat ze achterstallig waren bij het betalen van hun belasting. Kort vóór de in beslagname kreeg zijn trouwe Indonesische assistent daarom van hem de opdracht, om het bevel daartoe op een typemachine uit te tikken. Na zijn werktijd haastte die brave man zich -zoals verwacht- naar dat gezin om ze op de hoogte te stellen en had mijn vader daar -zogenaamd- geen weet van…. De vader van dat gezin kon dan bijvoorbeeld zijn oude fiets (die hij hard nodig had) tijdig ergens anders onder brengen en zijn vrouw kon haar oude naaimachine (waarmee ze af en toe wat bij kon verdienen met het maken of herstellen van kledingstukken voor anderen) veilig stellen.

Bewijs van overschrijding van de evenaar
Certificaat waarop staat dat ik de evenaar passeerde.
Wat zijn trouwe assistent achter zijn rug om deed, daar kon hij alleen maar blij om zijn voor dit arme gezin. Mijn vader had op deze manier in elk opzicht voldaan aan zijn verplichtingen als belastingambtenaar, en voor de rest .... ach, wat niet weet, wat niet deert toch?

Leuke aktie van vrienden

In 1995 overnachtte ik in een hotel in Pontianak. Zo'n dertig kilometer noordwaarts ligt mijn geboortedorp Singkawang en om daar te komen, moet men de evenaar passeren. Mijn goede vriend captain Pranowo van de Garuda Indonesia die altijd met zijn Boeing 747 op Amsterdam vloog, had in Jakarta een jongere broer wonen met heel veel invloed. Toen ik die zondag erop, 26 maart, de evenaar passeerde, kreeg ik dan ook met veel poespas een certificaat overhandigd. Daarop stond dat ik op die bewuste dag de evenaar ben overgestoken op weg naar mijn geboortedorp en zelfs de tijd werd vermeld. De Indonesische medewerker vertelde mij dat de burgemeester van Pontianak nooit stukken ondertekent op zondag. Het was voor hem de allereerste keer dat hij zoiets meemaakte.

Volgende (2) »  Omhoog   ^^  « Vorige (Home)